Foto: Marieke de Lorijn
Als eerste academisch ziekenhuis ter wereld heeft Amsterdam UMC een Commissaris voor Toekomstige Generaties. Voor Tessa Roseboom, hoogleraar Vroege ontwikkeling en Gezondheid, was dat een logische volgende stap. “Hoe meer ik uit onze onderzoeken leerde, hoe meer ik me afvroeg: waarom wordt er zo weinig met die kennis gedaan? Niemand is namelijk tégen een goede start van het leven. Alleen weten we niet goed hoe we daar zelf en samen voor kunnen zorgen.”
Die verbindende pioniersrol is haar op het lijf geschreven. Het was een hink-stap-sprong in een paar jaar tijd: van de conclusies van het >Hongerwinteronderzoek<, naar het landelijk programma >Kansrijke Start<, naar deze sprong in het diepe als Commissaris voor Toekomstige Generaties. Het werd mogelijk door een interessante parallelle ontwikkeling. Enerzijds groeide de kennis uit wetenschappelijk onderzoek, kennis die Roseboom hielp vertalen naar beleid. Anderzijds kwam de internationale beweging op gang die de belangen van toekomstige generaties betrekt bij de beslissingen van vandaag. Nu komt het allemaal samen.
Roseboom: “Het lijkt snel gegaan, maar ik ben al dertig jaar geleden begonnen met het Hongerwinteronderzoek. Gaandeweg werd duidelijk hoe groot de invloed op de latere gezondheid is van de omgeving waarin een kind zich vóór de geboorte en in de eerste levensjaren ontwikkelt. Dat betekent ook dat wij vandaag de kansen voor de toekomst vormgeven voor de kinderen die nog niet geboren zijn. En dat we hen een stem moeten geven in onze beslissingen en acties. Ik bundelde onze wetenschappelijke inzichten in een boek over de eerste 1000 dagen. Bij de overhandiging daarvan aan toenmalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge werd ik uitgenodigd om mee te denken over het landelijke programma >Kansrijke Start<. Dat was, behalve een prachtige kans, ook een belangrijk leerproces voor mij.”
Wat leerde je van die samenwerking met beleidsmakers?
“Vooral dat je als wetenschapper niet alleen moet praten over het bewijs dat je gevonden hebt. Dat is relevant, maar niet genoeg om beleid te maken. It takes a village to raise a child, luidt het gezegde. Die village moet je dus ook actief betrekken. Met Kansrijke Start hebben we dat gedaan door landelijk beleid in alle gemeenten uit te rollen. Door te praten met wethouders, huisartsen, schuldhulpverleners, jeugdverpleegkundigen. Dat is óók je taak als wetenschapper: die verbinding opzoeken, uitvragen waarom stakeholders in hun praktijk doen wat ze doen. En uitvinden waar hun hart sneller van gaat kloppen. Want iedereen wil het goede doen, maar het is niet altijd duidelijk hoe dat kan. Mijn presentaties aan Kamerleden begin ik met: ‘wat maakt dat jullie tijd voor mij reserveren?’, want in dat antwoord schuilt hun eigenlijke vraag aan mij. Pas als je elkaars behoeften en obstakels begrijpt, kun je een gezamenlijk verhaal schrijven en over de hobbel van het kortetermijndenken heen komen. Al blijft geld altijd nog een dramatisch stukje van het gesprek.”
Rond dezelfde tijd kwam de VN met de Declaration on Future Generations.
“In de afgelopen jaren is internationaal erkend dat we in ons beleid en onze acties van vandaag de belangen van toekomstige generaties moeten meewegen. Vanuit het Institute of Advanced Studies organiseerde ik een reeks gesprekken met wetenschappers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties over hoe we de belangen van toekomstige generaties mee kunnen nemen en hoe wetenschap, praktijk en beleid elkaar daarin kunnen versterken. Vanwege mijn onderzoek en die gesprekken werd ik gevraagd om input te leveren voor het VN-document waarin die uitgangspunten geformuleerd zijn.
Tegelijk werkten we in Amsterdam UMC aan een nieuwe meerjarenstrategie waarin ‘maatschappelijke impact maken’ een prominentere plek kreeg. Daar wilde ik heel graag een actieve rol in voor toekomstige generaties. En zo kon ik als eerste Commissaris voor Toekomstige Generaties van een academisch ziekenhuis naar de VN en aanwezig zijn bij de ondertekening van de Declaration on Future Generations. En mag ik gaan uitvinden hoe wij die VN-verklaring kunnen vertalen naar de dagelijkse praktijk in Amsterdam UMC.”
Foto: Marieke de Lorijn
Een ziekenhuis biedt zorg aan de patiënten van nu. Hoe verhoudt zich dat tot de aandacht voor toekomstige generaties?
“Dat is geen tegenstelling. Ja, we willen mensen die nu ziek zijn, beter maken. Maar we moeten ook zorgen voor een leefomgeving waarin mensen gezond kunnen blijven. Dat draagt ertoe bij dat de gezondheidszorg toegankelijk blijft voor de mensen die het straks nodig hebben.”
Hoe omschrijf je je taak als Commissaris voor Toekomstige Generaties?
“De ambitie is om met wetenschap een bijdrage te leveren aan de transitie naar een duurzame toekomst, met focus op gezondheid vanaf het allerprilste begin. We willen impact maken op de samenleving door daarover kennis te genereren, te delen en in praktijk te brengen. Om uiteindelijk te zorgen voor een omgeving waarin toekomstige generaties hun potentieel ten volle kunnen ontwikkelen. Idealiter maakt het in de toekomst niet meer uit waar je wieg heeft gestaan voor je kansen later in het leven. Het is nog een uitdaging om dat goed te kaderen, omdat het zo’n breed terrein is en er zo veel te doen is.”
1 Kennis ontwikkelen
2 Kennis delen
3 Kennis in praktijk brengen
4 Strategieontwikkeling
Welke aspecten van deze opdracht worden nu al gerealiseerd in Amsterdam UMC?
“Kennis genereren betekent dat we onderzoek doen én de inzichten bundelen van de vele onderzoeken en projecten in Amsterdam UMC die al kunnen bijdragen aan een gezonde toekomst. Vervolgens moeten we die kennis overbrengen, naar beleidsmarkers, gezondheidsprofessionals en het brede publiek. Dat narratief is zeker iets waar we mee aan de slag moeten. Het is ook onze wens en onze intentie om meer impact te maken in de praktijk. We kijken met welke stakeholders we hiervoor allianties kunnen aangaan; lokaal, landelijk en internationaal. Tegelijk moeten we uitvinden hoe wij dat zelf gaan doen: rekening houden met toekomstige generaties. Zo hebben we voor het schrijven van onze meerjarenstrategie een aantal vraagstukken vanuit Future Design benaderd. En hebben we intern een programma lopen voor collega’s met een jong gezin of die mantelzorgen, om als werkgever beter aan te sluiten op hun behoeften.”
’We moeten onze acties van vandaag ondernemen alsof de levens van toekomstige generaties ervan afhangen. Omdat het ook zo is.’
Tessa Roseboom, Commissaris voor Toekomstige Generaties in Amsterdam UMC
Tot slot die ene vraag ook aan jou: waarom gaat jouw hart hier sneller van kloppen?
“Ik realiseer me heel goed dat ik veel kansen te danken heb aan waar mijn wiegje toevallig heeft gestaan. Dat lot in de geboorteloterij gun ik iedereen. Ik vind dat ik volop van mijn kansen gebruik moet maken om dát voor elkaar te krijgen. Mijn oma was net zo’n nieuwsgierig en ambitieus meisje als ik. Zij moest op haar negende van school; ik kon op mijn veertigste hoogleraar worden. Het verschil van twee generaties. Dat is ergens verdrietig en ergens ook hoopvol: zo veel kan er dus in relatief korte tijd veranderen. Dat geeft mij een enorme drive.”
Luistertip
In deze podcastserie ging Tessa Roseboom in gesprek met onderzoekers, beleidsmakers, kunstenaars en maatschappelijke actoren over hun professionele en persoonlijke drijfveren om bij te dragen aan intergenerationele solidariteit en gerechtigheid. De reeks kwam tot stand in samenwerking met het Institute for Advanced Study van de Universiteit van Amsterdam (2024).
Foto: Marieke de Lorijn
Als eerste academisch ziekenhuis ter wereld heeft Amsterdam UMC een Commissaris voor Toekomstige Generaties. Voor Tessa Roseboom, hoogleraar Vroege ontwikkeling en Gezondheid, was dat een logische volgende stap. “Hoe meer ik uit onze onderzoeken leerde, hoe meer ik me afvroeg: waarom wordt er zo weinig met die kennis gedaan? Niemand is namelijk tégen een goede start van het leven. Alleen weten we niet goed hoe we daar zelf en samen voor kunnen zorgen.”
Die verbindende pioniersrol is haar op het lijf geschreven. Het was een hink-stap-sprong in een paar jaar tijd: van de conclusies van het >Hongerwinteronderzoek<, naar het landelijk programma >Kansrijke Start<, naar deze sprong in het diepe als Commissaris voor Toekomstige Generaties. Het werd mogelijk door een interessante parallelle ontwikkeling. Enerzijds groeide de kennis uit wetenschappelijk onderzoek, kennis die Roseboom hielp vertalen naar beleid. Anderzijds kwam de internationale beweging op gang die de belangen van toekomstige generaties betrekt bij de beslissingen van vandaag. Nu komt het allemaal samen.
Roseboom: “Het lijkt snel gegaan, maar ik ben al dertig jaar geleden begonnen met het Hongerwinteronderzoek. Gaandeweg werd duidelijk hoe groot de invloed op de latere gezondheid is van de omgeving waarin een kind zich vóór de geboorte en in de eerste levensjaren ontwikkelt. Dat betekent ook dat wij vandaag de kansen voor de toekomst vormgeven voor de kinderen die nog niet geboren zijn. En dat we hen een stem moeten geven in onze beslissingen en acties. Ik bundelde onze wetenschappelijke inzichten in een boek over de eerste 1000 dagen. Bij de overhandiging daarvan aan toenmalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge werd ik uitgenodigd om mee te denken over het landelijke programma >Kansrijke Start<. Dat was, behalve een prachtige kans, ook een belangrijk leerproces voor mij.”
Wat leerde je van die samenwerking met beleidsmakers?
“Vooral dat je als wetenschapper niet alleen moet praten over het bewijs dat je gevonden hebt. Dat is relevant, maar niet genoeg om beleid te maken. It takes a village to raise a child, luidt het gezegde. Die village moet je dus ook actief betrekken. Met Kansrijke Start hebben we dat gedaan door landelijk beleid in alle gemeenten uit te rollen. Door te praten met wethouders, huisartsen, schuldhulpverleners, jeugdverpleegkundigen. Dat is óók je taak als wetenschapper: die verbinding opzoeken, uitvragen waarom stakeholders in hun praktijk doen wat ze doen. En uitvinden waar hun hart sneller van gaat kloppen. Want iedereen wil het goede doen, maar het is niet altijd duidelijk hoe dat kan. Mijn presentaties aan Kamerleden begin ik met: ‘wat maakt dat jullie tijd voor mij reserveren?’, want in dat antwoord schuilt hun eigenlijke vraag aan mij. Pas als je elkaars behoeften en obstakels begrijpt, kun je een gezamenlijk verhaal schrijven en over de hobbel van het kortetermijndenken heen komen. Al blijft geld altijd nog een dramatisch stukje van het gesprek.”
Rond dezelfde tijd kwam de VN met de Declaration on Future Generations.
“In de afgelopen jaren is internationaal erkend dat we in ons beleid en onze acties van vandaag de belangen van toekomstige generaties moeten meewegen. Vanuit het Institute of Advanced Studies organiseerde ik een reeks gesprekken met wetenschappers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties over hoe we de belangen van toekomstige generaties mee kunnen nemen en hoe wetenschap, praktijk en beleid elkaar daarin kunnen versterken. Vanwege mijn onderzoek en die gesprekken werd ik gevraagd om input te leveren voor het VN-document waarin die uitgangspunten geformuleerd zijn.
Tegelijk werkten we in Amsterdam UMC aan een nieuwe meerjarenstrategie waarin ‘maatschappelijke impact maken’ een prominentere plek kreeg. Daar wilde ik heel graag een actieve rol in voor toekomstige generaties. En zo kon ik als eerste Commissaris voor Toekomstige Generaties van een academisch ziekenhuis naar de VN en aanwezig zijn bij de ondertekening van de Declaration on Future Generations. En mag ik gaan uitvinden hoe wij die VN-verklaring kunnen vertalen naar de dagelijkse praktijk in Amsterdam UMC.”
Foto: Marieke de Lorijn
Een ziekenhuis biedt zorg aan de patiënten van nu. Hoe verhoudt zich dat tot de aandacht voor toekomstige generaties?
“Dat is geen tegenstelling. Ja, we willen mensen die nu ziek zijn, beter maken. Maar we moeten ook zorgen voor een leefomgeving waarin mensen gezond kunnen blijven. Dat draagt ertoe bij dat de gezondheidszorg toegankelijk blijft voor de mensen die het straks nodig hebben.”
Hoe omschrijf je je taak als Commissaris voor Toekomstige Generaties?
“De ambitie is om met wetenschap een bijdrage te leveren aan de transitie naar een duurzame toekomst, met focus op gezondheid vanaf het allerprilste begin. We willen impact maken op de samenleving door daarover kennis te genereren, te delen en in praktijk te brengen. Om uiteindelijk te zorgen voor een omgeving waarin toekomstige generaties hun potentieel ten volle kunnen ontwikkelen. Idealiter maakt het in de toekomst niet meer uit waar je wieg heeft gestaan voor je kansen later in het leven. Het is nog een uitdaging om dat goed te kaderen, omdat het zo’n breed terrein is en er zo veel te doen is.”
1 Kennis ontwikkelen
2 Kennis delen
3 Kennis in praktijk brengen
4 Strategieontwikkeling
Welke aspecten van deze opdracht worden nu al gerealiseerd in Amsterdam UMC?
“Kennis genereren betekent dat we onderzoek doen én de inzichten bundelen van de vele onderzoeken en projecten in Amsterdam UMC die al kunnen bijdragen aan een gezonde toekomst. Vervolgens moeten we die kennis overbrengen, naar beleidsmarkers, gezondheidsprofessionals en het brede publiek. Dat narratief is zeker iets waar we mee aan de slag moeten. Het is ook onze wens en onze intentie om meer impact te maken in de praktijk. We kijken met welke stakeholders we hiervoor allianties kunnen aangaan; lokaal, landelijk en internationaal. Tegelijk moeten we uitvinden hoe wij dat zelf gaan doen: rekening houden met toekomstige generaties. Zo hebben we voor het schrijven van onze meerjarenstrategie een aantal vraagstukken vanuit Future Design benaderd. En hebben we intern een programma lopen voor collega’s met een jong gezin of die mantelzorgen, om als werkgever beter aan te sluiten op hun behoeften.”
’We moeten onze acties van vandaag ondernemen alsof de levens van toekomstige generaties ervan afhangen. Omdat het ook zo is.’
Tessa Roseboom, Commissaris voor Toekomstige Generaties in Amsterdam UMC
Tot slot die ene vraag ook aan jou: waarom gaat jouw hart hier sneller van kloppen?
“Ik realiseer me heel goed dat ik veel kansen te danken heb aan waar mijn wiegje toevallig heeft gestaan. Dat lot in de geboorteloterij gun ik iedereen. Ik vind dat ik volop van mijn kansen gebruik moet maken om dát voor elkaar te krijgen. Mijn oma was net zo’n nieuwsgierig en ambitieus meisje als ik. Zij moest op haar negende van school; ik kon op mijn veertigste hoogleraar worden. Het verschil van twee generaties. Dat is ergens verdrietig en ergens ook hoopvol: zo veel kan er dus in relatief korte tijd veranderen. Dat geeft mij een enorme drive.”
Luistertip
In deze podcastserie ging Tessa Roseboom in gesprek met onderzoekers, beleidsmakers, kunstenaars en maatschappelijke actoren over hun professionele en persoonlijke drijfveren om bij te dragen aan intergenerationele solidariteit en gerechtigheid. De reeks kwam tot stand in samenwerking met het Institute for Advanced Study van de Universiteit van Amsterdam (2024).